Terug naar mijn werk

Artikelen · Interviews · Reportages

Verhalen
& journalistiek.

In gesprek over wat mensen bezighoudt. Van artikelen voor de gemeente Gorinchem en verslaggeving voor RN7 tot verdiepende verhalen bij Fontys: ik vertel verhalen op papier en voor de camera.

Luca van achteren tijdens een interview op locatie, naast een collega met camera.

01 / Interview ·

Gorinchem viert vrijheid en verbinding.

Een interview met wethouder Fatih Polatli over de viering van 80 jaar vrijheid in Gorinchem. Over de rol van cultuur, elkaar ontmoeten en de betekenis van vrijheid in het dagelijks leven.

Naast het Bevrijdingsfestival is er ruimte voor zijn persoonlijke blik: hoe zijn achtergrond doorwerkt in de manier waarop hij naar vrijheid en verbondenheid kijkt.

Ik schreef dit artikel ook als PR voor de gemeente Gorinchem, om de viering van 80 jaar vrijheid onder de aandacht van inwoners te brengen.

Interview & tekst / Luca van Alfen
Publicatie / De Stad Gorinchem

Lees het volledige artikel
Krantenpagina met het interview met wethouder Fatih Polatli: Gorcum viert vrijheid en verbinding.
Het interview in de krant. Klik op de foto om deze te vergroten.

02 / Interview ·

‘Vrijheid is kwetsbaar’

Michel den Uijl, voorzitter van het Comité 4 en 5 mei Gorinchem, vertelt over het belang van herdenken. Wat betekent stilstaan bij vrijheid, en welke verantwoordelijkheid dragen we daarin zelf?

In dit interview komen de inzet van vrijwilligers en de persoonlijke betekenis van 4 en 5 mei samen. Naast het geschreven artikel is er ook een video-interview te bekijken.

Dit artikel had ook een PR-doel voor de gemeente Gorinchem: inwoners betrekken bij de betekenis van herdenken en het vieren van vrijheid.

Interview & tekst / Luca van Alfen
Publicatie / De Stad Gorinchem

Lees het volledige artikel Naar het video-interview
Detail van het kranteninterview met Michel den Uijl, met de auteursvermelding door Luca van Alfen.
Een detail van de publicatie, met mijn naam erbij. De volledige tekst lees je via de artikellink.

Het gesprek in beeld

Video-interview met Michel den Uijl

De YouTube-speler wordt pas geladen wanneer je op afspelen klikt.

Liever op YouTube bekijken?

03 / Intern artikel · Gemeente Gorinchem

Dialoog tussen
Ad en Luca.

Ik was twintig en stagiair, Ad was negentig en vrijwilliger. Met zeventig jaar verschil werkten we in hetzelfde archief, tussen dezelfde documenten. Voor dit interne artikel ging ik met hem in gesprek over zijn loopbaan, zijn liefde voor geschiedenis en wat hem aan het werk hield.

Dit verhaal schreef ik voor de ambtenaren van de gemeente Gorinchem. Een luchtig intermezzo tussen de serieuzere interne berichten, bedoeld om collega’s te laten zien wat er binnen het archief speelt. Want hoe is het om op dezelfde plek te werken als iemand die zeventig jaar ouder is dan jij?

Interview & tekst / Luca van Alfen
Vorm / Persoonlijk verhaal · Interne communicatie

Luca en Ad naast elkaar voor panelen over de lokale geschiedenis.
Ad en ik: zeventig jaar verschil, samen aan het werk in het archief.

04 / Nieuwsreportage · RN7

Het ijs op voor RN7.

Hoe beleef je de schaatspret als je zelf nauwelijks op de ijzers kunt blijven staan? Tijdens mijn stage bij RN7 ging ik het ijs op om de sfeer te proeven en schaatsers te spreken.

Mijn bijdrage / Verslaggeving · Stand-up · Interviews
Voor / De nieuwsuitzending van RN7

Zelf meedoen, dan in gesprek

Na de aankondiging door de presentator introduceer ik het onderwerp op locatie. Vervolgens trek ik zelf schaatsen aan, met wisselend succes. De luchtige poging maakt plaats voor een gesprek: een schaatser komt aangeschaatst, stopt bij mij en het interview begint.

Ook bij Omroep Gelderland

Het fragment werd ook overgenomen door Omroep Gelderland. Via de link hieronder is die versie op Instagram te bekijken.

Bekijk bij Omroep Gelderland
Open het RN7-fragment apart

05 / Achtergrondartikel · Fontys · Schoolproductie

Pakt Brussel de lol
van de gamer af?

Een verhaal over lootboxes, spelplezier en de spanning tussen bescherming en keuzevrijheid. Ik onderzocht de belangen van gamers, toezichthouders en de game-industrie en vertaalde die naar een artikel voor jonge lezers.

Mijn bijdrage / Onderzoek · Interviews · Tekst & revisie
Doelgroep / Studenten en jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar

Onderzoek & voorbereiding

Ik formuleerde een hoofdvraag en deelvragen, verzamelde rapporten en beleidsstukken van onder meer de ACM, Kansspelautoriteit en het Trimbos-instituut en bracht de belangen van de betrokken partijen in kaart.

Bronnen & interviews

Ik benaderde toezichthouders, onderzoekers en brancheorganisaties en stelde gerichte interviewvragen op. In het artikel komen gamer Dinan en games-expert Tom Wijman van de ACM aan het woord, naast de standpunten van de game-industrie.

Feedback & eindversie

Na feedback van iemand van Omroep Brabant werkte ik toe naar een persoonlijker begin, minder jargon en een duidelijkere opbouw. De gamer kreeg een centrale plek, terwijl de kritische vragen aan de toezichthouder behouden bleven.

Lees het volledige artikel

Door Luca van Alfen · Eindversie

Hieronder staat de eindversie van mijn oorspronkelijke schoolproductie. Tijdsaanduidingen zoals ‘later dit jaar’, leeftijden en beschrijvingen van regelgeving horen bij het moment van schrijven. Dit is geen geactualiseerd nieuwsbericht.

Voor gamer Dinan (21) voelt het zo. Hij opende graag lootboxes in games en ziet een Europees verbod als betutteling. ‘Mensen houden soms van verrassingen’ zegt hij. Toch wil de Europese Unie juist ingrijpen. Volgens toezichthouders verleiden lootboxes en andere trucs spelers om meer geld en tijd uit te geven dan ze eigenlijk willen. Later dit jaar presenteren ze nieuwe wetgeving die financiële verleidingen in games moet aanpakken.

Dinan (21) speelt al jaren het schietspel Counter-Strike. Hij herinnert zich nog goed hoe het in 2018 voelde toen Nederland lootboxes verbood. ‘Ik was toen nog een tiener en speelde veel’ zegt hij. ‘Zodra ik een tegoedkaart kreeg, opende ik soms lootboxes. Het was spannend; je ziet al die waardevolle voorwerpen langsvliegen en je hoopt dat ‘ie daarop landt. Toen het verboden werd, vond ik dat super raar. Het voelde voor mij alsof de overheid een stukje plezier afnam, want ik deed het maar af en toe.’

In veel moderne videogames zitten mechanismen die spelers aanzetten tot het uitgeven van geld en tijd dan ze van plan waren. In sommige populaire games kunnen spelers ‘lootboxes’ kopen. Dat zijn virtuele pakketjes met een verrassing erin; je betaalt echt geld maar je weet van tevoren niet wat je krijgt. Vaak krijg je iets dat bijna niks waard is. Maar wie geluk heeft, trekt iets dat later honderden euro’s waard kan zijn. Het voelt als een digitaal casino.

Nederland was in 2018 het eerste land dat hier hard tegen optrad. De Kansspelautoriteit zei toen dat lootboxes voldoen aan een gokspel: je betaalt geld, de uitkomst is willekeurig en de beloning kan echte waarde hebben. Maar die spellen hebben geen gokvergunning en ook jongeren kunnen op deze manier al op jonge leeftijd het ‘casino’ in.

Maar het gaat verder dan alleen lootboxes. Er zijn spellen met dagelijkse inlogbonussen die je elke dag laten spelen, betaalde seizoenspassen die je onder druk zetten om op tijd af te maken, en in-game valuta die de echte kosten verhult. Onderzoek van het Trimbos-instituut laat zien dat dit soort technieken risico’s met zich meebrengen, vooral bij jongeren. Mensen kunnen in een patroon terechtkomen van steeds weer kopen, ook als ze dat eigenlijk niet willen.

Nederlandse instanties willen strenge regels

De Nederlandse regering heeft in een document aan de Europese Commissie een Europees verbod op betaalde lootboxes en verleidende technieken voorgesteld. Ook de Autoriteit Consument & Markt (ACM) pleit voor strenge Europese regels. Hun standpunt: ‘een hard Europees verbod op dit soort systemen in games die door jongeren kunnen worden gespeeld.’

Maar het wetenschappelijk bewijs is niet waterdicht. Studies laten vooral een verband zien maar hard bewijs dat lootboxes schade veroorzaken is lastig te leveren. Waarom dan toch zulke strenge regels?

Games-expert Tom Wijman (ACM) legt uit waarom: ‘Het aantal onderzoeken dat een link legt tussen dit soort systemen en problemen met geld, maar ook met mentale gezondheid, blijft groeien.’

Hij doelt op onderzoeken waarin gamers onderzocht zijn. Daarin worden verbanden aangetoond: lootboxes hangen samen met meer gameverslaving en gokproblemen, zeldzame beloningen zorgen voor extra opwinding en koopdrang, en spelers maken soms dezelfde denkfouten als gokkers. Maar de onderzoeken laten alleen zien dat deze zaken samen voorkomen; ze bewijzen niet dat het één het ander veroorzaakt.

Wanneer ik hem vraag of dat voldoende onderbouwing is voor zo’n vergaand verbod, antwoordt hij dat er steeds meer studies dezelfde kant op wijzen. Voor het ACM en de regering is het verband goed genoeg om te werken aan preventie, vooral uit voorzorg voor jongeren.

Waarom moeten volwassenen hier dan ook de dupe van zijn?

Veel gamers zeggen: ‘volwassenen moeten zelf kunnen kiezen en ouders moeten beter opletten dat hun kind zulke dingen niet doet.’ Tom Wijman vindt dat te simpel. ‘Kwetsbaarheid is niet statisch’ zegt hij. ‘Iedereen kan op bepaalde momenten kwetsbaar zijn, ook volwassenen.’

Hij geeft als voorbeeld mensen die eerder een gokverslaving hebben gehad en via lootboxes weer in oud gedrag terugvallen. ‘Waarom volwassen gamers daar de dupe van zijn, is omdat we op deze manier voor iedereen een betere en veiligere game-omgeving kunnen creëren.’

Dinan snapt de beschermingsgedachte, maar is ook kritisch: ‘Ik vind het raar dat de overheid bepaalt wat ik als volwassene in een game mag doen. Mensen houden nou eenmaal van verrassingen.’ Tom Wijman denkt daar anders over: ‘Volgens mij zou de lol van een spel spelen misschien niet moeten zitten in het openen van een lootbox.’ En praktisch voegt hij toe: ‘Ook qua handhaving is het niet realistisch om voortdurend onderscheid te maken. Zodra je dat doet, ontstaan er weer nieuwe loopholes. Dan komen kinderen alsnog door leeftijdsverificatie heen, of andere kwetsbare groepen. Er is op dit moment simpelweg geen werkbaar alternatief.’

De reactie van de game-industrie

De game-industrie is tegen harde verboden. Video Games Europe (VGE), de belangrijkste Europese brancheorganisatie, stelt dat lootboxes geen gokken zijn omdat je altijd iets krijgt. Winkansen worden al getoond via het PEGI-systeem. Een verbod zou volgens hen innovatie remmen en banen kosten. Ze pleiten voor zelfregulering in plaats van nieuwe wetten.

Ook Supercell, maker van games als Clash of Clans en Brawl Stars, waarschuwt dat te strenge regels het verdienmodel van gratis games kapotmaken. Zij vinden dat transparantie een goede oplossing is.

In Counter-Strike kun je sinds kort eerst zien wat er in een lootbox zit voordat je betaalt. Het systeem is bedacht om de Nederlandse ban te omzeilen. Dinan geniet van het nieuwe systeem: ‘Ik ben blij dat ik lootboxes weer kan openen. Het is niet meer zo spannend als vroeger, toen voelde het echt als een casino, waar alle waardevolle spullen langsflitste. Nu verschijnt het voorwerp op je scherm en kies je ervoor om te betalen. Als je dat niet doet, kan je geen volgende lootbox openen.’

Tom Wijman is voorzichtig positief: ‘Dit systeem helpt een beetje.’ Maar hij voegt er meteen aan toe dat het nog steeds een prikkel creëert om die lootbox te openen. ‘Transparantie is een gedeeltelijk antwoord maar het haalt een hoop van de risico’s niet weg.’ Volgens hem overschatten spelers vaak hun kansen en trappen in de val van ‘ik heb er al zoveel in gestopt, nu moet ik doorzetten.’ Sommigen ontwikkelen verslavings- of gokgedrag. ‘Het ideale antwoord is toch dat die systemen er helemaal niet in zitten, vooral niet in spellen die zich richten op kwetsbare groepen zoals jongeren.’

Dinan herkent zich wel in deze kritiek: ‘Als ik één keer iets goeds eruit krijg, wil ik er nog meer openen. Dan komt het wel eens voor dat ik 10 euro meer uitgeef om vervolgens teleurgesteld te worden.’ Ondanks dat geeft hij toch aan dat dit een prima systeem is: ‘Ik kan na jaren weer wat lootboxjes openen en ik geef zelf alleen uit wat ik kan missen. Zo werkt dat ook in een echt casino. Mensen moeten zichzelf gewoon beheersen.’

In-game valuta als verborgen truc

De ACM wil ook in-game valuta aanpakken, zoals de munten in FIFA of V-Bucks in Fortnite. Spelers kopen eerst virtuele munten met echt geld en gebruiken die daarna om items te kopen. Volgens

Tom Wijman is dit een manier om de echte kosten te verhullen. Daardoor gelden bepaalde consumentenregels minder streng.

Video Games Europe zegt dat in-game valuta nu onder de normale koopregels vallen. Spelers hebben daardoor bijvoorbeeld recht op duidelijke informatie. Als de EU die munten anders gaat behandelen, zouden spelers volgens hen minder rechten krijgen dan nu.

Wat gaat er nu veranderen?

Later dit jaar presenteert de Europese Commissie de nieuwe regels voor videogames. Als de plannen doorgaan, worden dit soort spellen hard aangepakt. Instanties zien dat als een noodzakelijke stap om spelers beter te beschermen. De game-industrie vreest juist dat de overheid te ver ingrijpt in hoe games worden ontworpen en gespeeld.

Dinan blijft in elk geval gamen. ‘Ik snap de regels wel’ zegt hij. ‘Maar ik wil zelf kunnen kiezen hoe ik mijn geld uitgeef in een game.’

06 / Achtergrondartikel · Fontys · Samenwerking met Thom

Is Nijmegen wel écht
zo groen als haar imago?

Een groene reputatie vertelt niet het hele verhaal. Samen met Thom onderzocht ik hoe groen over Nijmegen is verdeeld, wat verschillende onderzoeken eigenlijk meten en hoe bewoners de vergroening ervaren.

Mijn bijdrage / Verdiepend onderzoek · Broncontact · Interview · Tekst & revisie

Achter de cijfers

Ik verdiepte me in rapporten en klimaatkaarten en nam contact op met het KNMI om de gegevens beter te begrijpen. De uitdaging: onderzoeken naast elkaar leggen zonder verschillende definities van groen en hitte door elkaar te halen.

Verschillende perspectieven

Ik interviewde oud-journalist en geograaf Rob Jaspers. Thom sprak met bewoner Judit en samen interviewden we Natuur & Milieu. Ook vroegen we de gemeente om een inhoudelijke reactie.

Samen naar een eindversie

Thom verzamelde de eerste bronnen en schreef de aanzet. Ik verdiepte het onderzoek en schreef de daaropvolgende tekst. Met feedback werkten we samen aan een toegankelijker verhaal, waarin de mensen achter de cijfers meer ruimte kregen.

Lees het volledige artikel

Door Luca van Alfen en Thom · Geredigeerde portfolioversie

Deze schoolproductie is voor het portfolio licht geredigeerd en de cijfermatige onderbouwing is gecontroleerd. Niet voldoende onderbouwde passages zijn weggelaten. De interviews horen bij de oorspronkelijke productie; dit is geen nieuw nieuwsbericht.

Nijmegen heeft een groen imago. In 2018 werd de stad benoemd tot Groene Hoofdstad van Europa. Toch laten onderzoeken zien dat delen van Nijmegen erg versteend zijn. ‘Voordat ik Nijmegen echt een groene stad zou noemen, is er nog heel veel werk nodig’, zegt oud-journalist en geograaf Rob Jaspers, die de vergroening van Nijmegen al jaren volgt. Hoe groen is Nijmegen eigenlijk?

Volgens Jaspers dankt Nijmegen haar groene imago vooral aan de omgeving. De stad kent grote parken en bossen en ligt aan de Waal. Ook investeert de gemeente al jaren in vergroening. Maar dat ‘gaat heel traag’, zegt hij. Vooral de binnenstad en verschillende wijken zijn volgens hem nog te versteend en bieden bewoners op warme dagen weinig verkoeling.

In de Omgevingsvisie beschrijft de gemeente hoe Nijmegen zich richting 2050 wil voorbereiden op klimaatverandering. Het streven is 40 procent groen per wijk, voldoende schaduw op loop- en fietsroutes en een koele plek binnen 300 meter van iedere woning. Daarnaast wil de gemeente jaarlijks duizend extra bomen planten.

Vergroening gaat niet alleen over een prettiger straatbeeld. Bomen bieden schaduw en groen kan helpen regenwater op te vangen. Hitte heeft ook gevolgen voor de gezondheid. Het RIVM beschreef in 2021 onderzoek over de periode 1991–2018: in Nederland werden daarin jaarlijks bijna 250 extra sterfgevallen door hitte toegeschreven aan klimaatverandering.

Groen ongelijk verdeeld

Het rapport Tekort aan groen in Nederlandse steden van Natuur & Milieu en Sweco (2024) laat zien dat meer dan de helft van de onderzochte buurten in de 32 grootste gemeenten niet aan beide gehanteerde groennormen voldoet. In de dertig gemeenten waarvoor een vergelijking mogelijk was, nam het aantal als ‘versteend’ aangemerkte buurten tussen 2019 en 2024 met 7,6 procent toe. Dat is niet hetzelfde als 7,6 procent meer bestrating.

Ook de Nijmeegse Stads- en wijkmonitor laat verschillen zien. In de oppervlakteverdeling met gegevens uit 2024 valt in Nijmegen-Noord 44 procent onder de categorie groen, tegenover 12 procent in Nijmegen-Centrum. Particuliere grond is in die tabel een aparte categorie: de cijfers tellen dus niet simpelweg alle tuinen mee.

Volgens de Burgerpeiling 2023 ervaart 31 procent van de Nijmegenaren regelmatig of vaak warmteoverlast in de woning. Dat gaat dus specifiek over warmte in huis, niet over de temperatuur op straat. Onder meer Groenewoud en Bottendaal scoren hoger.

Judit, een inwoner van Hatert, is voorzichtig positief. In haar eigen buurt, een stukje nieuwbouw, staan nog geen hoge bomen voor de deur. ‘Maar de schaduw kun je wel gewoon opzoeken door naar de parken te gaan of het bos’, vertelt ze. Ze vindt Nijmegen over het algemeen groen en merkt dat de gemeente aandacht besteedt aan het onderhoud. ‘Het is hier geen slordig groen, alles is echt netjes.’

Emmie van Natuur & Milieu plaatst daar een kanttekening bij: ‘Voor jongere mensen is het wat makkelijker om de koelte op te zoeken. Maar oudere mensen en andere risico-groepen kunnen niet altijd makkelijk de deur uit. Zij hebben die plekken dicht bij huis nodig.’

Waarom lijken onderzoeken iets anders te zeggen?

Volgens de satellietanalyse van HUGSI bestaat in 2024 ongeveer 42 procent van het onderzochte stedelijke gebied van Nijmegen uit groen. De boomkroonbedekking bedraagt 30 procent. Grote groene gebieden tellen daarin mee, maar zo’n totaal vertelt nog niet hoeveel openbaar groen een bewoner in de eigen buurt heeft.

‘Ons onderzoek kijkt juist naar waar groen het hardst nodig is’, zegt Emmie. Natuur & Milieu en Sweco toetsen buurten aan minstens 75 vierkante meter openbaar groen per woonadres én een aaneengesloten openbaar groengebied van minstens één hectare. De onderzoeken gebruiken verschillende afbakeningen en maatstaven. Hun uitkomsten zijn daarom niet rechtstreeks uitwisselbaar.

Bij hittekaarten speelt een vergelijkbaar onderscheid. De gevoelstemperatuur beschrijft hoe warmte op het lichaam inwerkt, onder invloed van onder meer zon, wind en luchtvochtigheid. Dat is iets anders dan de luchttemperatuur van het weerbericht. Een kaart voor een toekomstscenario is bovendien geen voorspelling voor een specifieke zomerdag.

Meer groen, maar niet zonder problemen

Jaspers vindt het planten van extra bomen een goede ontwikkeling, maar benadrukt dat jonge bomen tijd nodig hebben. ‘Voordat die jonge bomen echt effect hebben op de hitte, ben je vijf tot tien jaar verder’, zegt hij. Daarom pleit hij ervoor om bomen eerder te planten, zodat nieuwe wijken sneller over grotere bomen beschikken.

In een historische binnenstad spelen ook andere afwegingen. Emmie hoort vaker dat het historische straatbeeld als argument tegen extra bomen wordt gebruikt. Ze is daar kritisch op: ‘Uiteindelijk moet je toch de vraag gaan stellen of klimaatverandering niet belangrijker is dan een historisch plaatje.’

Judit ziet inmiddels wel degelijk vooruitgang in de binnenstad. ‘Je ziet dat er meer groen komt in de binnenstad, vooral planten. Dat is iets wat mij echt opvalt’, zegt ze.

Bij veranderingen aan de openbare ruimte kunnen ook zorgen over bereikbaarheid ontstaan. Emmie denkt terug aan de vergroening van de Utrechtse singel: ‘Er waren toen veel zorgen van ondernemers en dat er minder mensen zouden komen, maar kijk hoe blij mensen nu zijn met die vergroening.’

Is Nijmegen een groene stad?

Volgens Jaspers kan Nijmegen tegelijkertijd groen en versteend zijn. Er zijn mooie parken en in bepaalde wijken staan veel bomen. Maar de binnenstad vergelijkt hij met een ‘woestijnstad’. Daar ziet hij nog kansen, bijvoorbeeld op de vele platte daken.

Emmie vat het zo samen: ‘Je moet eigenlijk niet vragen of Nijmegen een groene stad is. Je moet op buurtniveau kijken. Daar zien we dat Nijmegen wel echt kan verbeteren.’ Een groen stadsgemiddelde vertelt immers niet of je voor je eigen voordeur schaduw kunt vinden.

De gemeente Nijmegen is om een inhoudelijke reactie gevraagd, maar kon voor de oorspronkelijke publicatie niet reageren.

Bronnen bij de cijfers

Voor deze portfolioversie zijn onder meer geraadpleegd: Natuur & Milieu en Sweco (2024), de Stads- en wijkmonitor 2025, HUGSI Nijmegen (gegevens 2024), de Omgevingsvisie, het gemeentelijke bomenbeleid, het RIVM en de toelichting op gevoelstemperatuurkaarten.

Terug naar al mijn werk

Interne communicatie · Gorinchem

Dialoog tussen Ad en Luca

Door Luca van Alfen

Geschreven voor de ambtenaren van de gemeente Gorinchem: een luchtig verhaal tussen de serieuzere interne berichten en een kijkje achter de schermen van het archief. De leeftijden en het woord ‘nu’ horen bij het moment waarop ik dit artikel schreef.

Een blik tussen twintig en negentig

Ik ben Luca, 20 jaar en stagiair bij het archief van de gemeente Gorinchem. Mijn werk hier is slechts tijdelijk; een leerplek binnen mijn opleiding journalistiek. Ad is 90 en vrijwilliger in hetzelfde archief. Hij werkt hier al jarenlang, gedreven door zijn passie voor geschiedenis en archiefwerk. Met 70 jaar leeftijdsverschil zouden onze levens niet verder uit elkaar kunnen liggen, en toch werken we hier samen, in dezelfde ruimte, tussen dezelfde documenten.

Om een beeld te schetsen van hoe het is om met zo’n verschil in leeftijd en ervaring samen te werken, ben ik in gesprek gegaan met Ad. Hoe ziet zijn loopbaan eruit? Hoe is hij hier bij de gemeente Gorinchem terechtgekomen?

Onze paden lijken misschien ver van elkaar te liggen, maar tijdens ons gesprek ontdekte ik dat er, ondanks de 70 jaar die ons scheiden, verrassend veel parallellen zijn.

Voor mijn opleiding journalistiek koos ik op mijn twintigste bewust voor een stage bij het archief van Gorinchem. Ad begon óók op zijn twintigste aan een vak, maar op een heel andere manier: zonder een specifieke vooropleiding, rechtstreeks de praktijk in als chemisch analist. Nadat hij was afgekeurd voor militaire dienst, zocht hij werk en kwam hij daar terecht.

Waar ik naar school ga om journalistiek te studeren, werd Ad gevormd door de MULO en het leven zelf. In plaats van media en schrijven, bestudeerde hij chemische processen in een analytisch laboratorium van een kunstharsfabriek. Zijn eerste werkplek had niets met geschiedenis of archiefstukken te maken, maar toch bracht het lot hem later in een compleet andere richting.

Een gedeelde band met ‘s-Hertogenbosch

Ad en ik delen ook een band met ’s-Hertogenbosch. Hij woonde er jarenlang, terwijl ik er dagelijks kwam voor mijn opleiding. Net als hij was ik gefascineerd door de geschiedenis van de stad.

In 1969, ver voordat ik zelfs maar bestond, volgde Ad een cursus Boschlogie; de bestudering van Den Bosch. ‘Het was een snoepje voor liefhebbers van geschiedenis’ vertelde hij enthousiast. De cursus bestond uit bezoeken aan historische plekken zoals het Zwanenbroederhuis, de Sint-Jan en het historierijke gemeentehuis. Monumenten waar ik zelf ook van heb genoten.

Toen Ad vertelde over zijn cursus Bosschologie, realiseerde ik mij hoe wij, hoewel gescheiden door zoveel jaren, in dezelfde historische gebouwen dezelfde verwondering voelden. Dat besef gaf mij een gevoel van herkenbaarheid en verbondenheid.

Grappig genoeg bezocht Ad ooit lezingen aan het Koning Willem I College – de school waar ik nu mijn opleiding volg. Zo kwamen we op dezelfde plekken, maar in een heel andere tijd.

Toch zou Ad in die tijd nooit hebben gedacht dat hij later in een archief zou belanden. Zijn eerste kennismaking met archiefwerk begon dankzij zijn vrouw. Zij zag dat hij extra tijd had en bracht hem met een lichte duw in beweging: ‘Ga wat doen.’ Hij kwam terecht bij de Kring Vrienden van Den Bosch en via een oproep die daar terecht kwam, belandde hij in een onderzoek voor het stadsarchief.

Ad onderzocht onder meer de bezittingen in verschillende Bossche huizen: van de vermogende Peperstraat tot de arme Orthenstraat. Hij verwerkte zijn bevindingen toen nog in de 20e eeuwse voorganger van Excel.

Van ‘s-Hertogenbosch naar Gorinchem

In 2005, op zijn zeventigste, verhuisde Ad naar Gorinchem, wederom door zijn vrouw, daar zij hier vandaan kwam. Toch zou Ad niet stil blijven zitten. Als lid van het secretariaat van het Gorinchemse Symposion 2005 hield hij zich bezig met het rekruteren van zaalbewakers.

Rond 2008 vond hij zijn weg naar het archief van Gorinchem. Als vrijwilliger indexeerde hij verslagen van gemeenteraadsvergaderingen en verwerkte die in een database. Sommige raadsverslagen waren indertijd nog met de hand geschreven, nieuwere waren getypt – iets wat inmiddels een vanzelfsprekendheid is.

Wat bijzonder is om bij stil te staan, is hoe anders de wereld heden wordt ervaren. Toen Ad twintig was, fietste hij overal naartoe en had hij nooit gedacht dat hij ooit een auto zou bezitten. ‘Dat was toen nog een rijkelui-ding’ terwijl ik me een leven zonder auto - al is het een kleintje - nauwelijks kan missen. Het is een van die kleine dingen die laten zien hoe generaties anders denken over wat ‘normaal’ is.

Het werk, de socialiteit en de blik vooruit

Wat Ad het leukste vindt aan werken hier? Niet alleen het archiefwerk, maar vooral het contact met collega’s. ‘Het is altijd leuk om mensen om je heen te hebben’ zegt hij. Waar ik het archief ervaar als een leerplek binnen mijn studie, ziet Ad het als een manier om onder de mensen te blijven en nuttig werk te doen. En dat laatste is precies waarom hij nog steeds doorwerkt.

‘Ik ga voor de honderd!’ zegt hij met een lach over zijn leeftijd. Geen plannen om te stoppen dus – en dat is misschien wel het mooiste aan zijn verhaal. Waar ik mijn toekomst nog moet vormen, heeft hij al een leven lang ervaring achter zich. Maar stilzitten is er voor Ad niet bij. Hij houdt ervan om bezig te blijven, iets bij te dragen en onder de mensen te zijn. En zo werken we hier samen, met 70 jaren verschil, aan hetzelfde archief.

Want of je nu 20 bent of 90; historia magistra vitae est. De geschiedenis is onze leermeesteres! En ze blijft ons verbinden